Deze pagina afdrukken

Steenderenseweg 2, Eulink - Akten, Verhalen en Gebeurtenissen

  • Akten, verhalen en gebeurtenissen:

     

     

    1737 12 07 Amsterdamse courant1737-12-07 Amsterdamse Courant. 


    1745 11 30 Amsterdamse courant1745-11-30 Amsterdamse Courant. 


     

    ECAL
    Toegangsnummer          : 3021
    Inventarisnummer         : 0906-159/165
    (transcripties door Sikke Postma)

    Inventaris en magescheijd van den boedel van Lubbert Eulink weduwnaar wijlen Anneken Eulink de dato 15 junij 1775

    Op den 15 junij 1775
    Coram L.A. Willinck, richter                              
    Gerigtsluijden Aelbert Eggink en Garrit Jan Praesterink

    Compareerde Engbert Beijerink en Lammert Lenderink, den eersten als vader en wettige voogd, en den tweden als gerigtelijk aangestelden momber over de twee minderjaarige kinderen van opgemelten Engbert Beijerink bij wijlen Reijndjen Eulink in ehe verwekt, en exhibeerden bij deesen staat en inventaris van den boedel en nalatenschap, zo Lubbert Eulink en wijlen desselfs huijsvrouw Anneken Eulink in leeven gemeenschappelijk hebben beseeten, voorts meede het magescheijd ingevolge voorschreven inventaris opgerigt en geslooten, verklaarden de comparanten dat de onmondigen daarbij geensints zijn benadeelt maar rijkelijk het haare bekoomen hebben, versoekende ten dien eijnde dat het selve ten respecte van de onmondigen moge worden geprothocolleert om te kunnen strekken als na rechten.

    Fiat prothocollatie luijdende woordelijk als volgt:

    Kennelijk zij hiermede als dat op huijden dato ondergeschreven erschenen Lubbert Eulink weduwnaar wijlen Anneken Eulink ter eenre, en desselfs kinderen bij wijlen opgemelte zijne ehevrouw geprocreert, alle meerderjarig zijnde, met namen Sweer Coops als in huwelijk hebbende Janna Eulink, Garrit Eulink, Antonij Waarle als in huwelijk hebbende Hendrica Eulink, Jan Eulink en Hendrik Eulink, voorts Engbert Beijerink als vader en wettige voogd, en Lammert Lenderink in qualiteit als gerigtelijke aangestelde momber over de twee minderjarige kinderen van opgemelten Engbert Beijerink bij wijlen Reijndjen Eulink in ehe verwekt ter anderen zijde, zij opgerigt, gededingt, en geslooten een vast en onverbreekelijk erfmagescheijd en acte van divisie, over den boedel en nalatenschap so den eersten contrahent met wijlen desselfs huijsvrouw in leeven gemeenschappelijk heeft beseeten, en bij haar stervende is nagelaaten en sulx volgender wijse:

    Dat aanvankelijk tusschen partijen condividenten getransigeert en overeengekoomen is, dat de ongereede goederen sig in deesen boedel bevindende, bestaande in die navolgende parceelen:

    Een stuk land bij Besselink, het Remmelinkblek genaamt, groot twee mudden gesaeij, zijnde leenroerig aan de leenkamer van den Huijse Dieren.
    Een stuk land uijt Kleijn Jebbink, den Bongertshof genaamt, groot een mudde gesaeij.
    Een darde van vier vijfde portien van de caterstede, den Pas genaamt, bestaande in huijs, hof, bouw- en weijdelanden onder Hengelo op het Gooij geleegen.
    Een caterstede, den Heijderhof* genaamt, bestaande in huijs en hof, samen groot vijf schepels gesaeij, onder Hengelo op het Gooij geleegen.
    Een stuk land, groot een en een half schepels gesaeij, mede den Heijderhof genaamt en bij het voorgaande parceel geleegen.
    Dan nog een stuk land, groot een en een half schepels gesaeij, bij het voorgaande geleegen en ook den Heijderhof genaamt, tusschen de respective condividenten onverdeelt en in gemeenschap sal blijven. Dat den vader of eersten condivident in deesen, daarvan gedurende zijn leeven sal trekken en profiteeren de jaarlijkse opkomsten en revenuen, en na sijnen dood onder de gesamentlijke kinderen egalijk worden gepartageert en verdeelt.

    Vervolgens is geaccordeert dat de gereede goederen, bestaande in bouwerije en bouwgereetschap, levendige have en vhee, ingedoemte des huises**, gesaeij in en op het land, mest en mestregt, en het geene verder daaronder gereekent kan worden, bij den tweeden condivident Garrit Eulink eeuwiglijk en erflijk sal blijven behouden en beseeten worden, als hebbende deese bouwerije van zijn vader en moeder beijde in leeven zijnde, reeds voor de halfscheijd gekogt gehad, en van zijn vader een vierde, en ten opsigte van het overige vierde portie dat door doode van zijn moeder Anneken Eulink vervallen was, aan de mede condividenten ten voldoeninge van haar moederlijk versterf uijtkeeren en betaelen de somma van twee hondert en twintig gulden vrij geld, daar en boven betaelen alle de schulden sig in deesen boedel bevindende waaronder gerekent word sodane vijftig gulden als de minderjarige kinderen van wijlen Reijndjen Eulink pro resto van haar huwelijksgifte toekoomende, met de negen guldens die deselve wegens de kleeren hebben moeten, welke 59 gulden door hem mede sonder eenige kortinge sal betaelt worden,  bij welke twee hondert en twintig gulden de eerste condivident Lubbert Eulink nog is voegende sodane twee hondert gulden, als waarvoor sijn vierde portie aan de bouwerije verkogt heeft, om dit te samen onder de gesamentlijke kinderen te worden verdeelt, dus ieder voor sijn sesde portie [representeerende] sijn moederlijk versterf van deese boedels gereede goederen is toekoomende een somma van seventig gulden, sullende de betaaling hiervan geschieden op Martinij van deesen loopenden jaare 1775.

    Zijnde wijders tusschen partijen contrahenten geaccordeert dat een ieder zijn medegebragte ten houwelijk ad een hondert en vijftig gulden bij de verdeelinge der ongereede goederen in collatie brengen zal, en dat den geene die meerder als een hondert en vijftig gulden mede ten houwelijk gekreegen heeft, so veel minder sal trekken ten eijnde alles op een egalen voet verdeelt worde.
    Verklarende partijen condividenten in voegen voorschreven van den anderen zijn gescheijden en gedeelt, zonder eenige actie als erfmagescheijds regt is te reserveeren.
    In oirconde van waarheijd is deeze bij partijen condividenten neffens getuijgen eijgenhandig onderteekent. Actum Hengelo den 15 junij 1775.

    [w.g.]
    Dit +  mark is door Lubbert Eulink, nadat hem den inhoud van dien voorgeleesen was, ter mijner presentie eijgenhandig geteekent. Sulx verklare bij deesen
    L.A. Willinck, richter

    Dit +  mark is door Sweer Coops, nadat hem den inhoud van deese voorgeleesen was, eijgenhandig geteekent. Sulx verklaare bij deesen
    L.A. Willinck, richter

    Gaeret olijnck
    Antonijus Waarle
    Jan olijnk            hendrik olink

    Deese + y  twee marken zijn door Engbert Beijerink en Lammert Lenderink, als vader en wettige voogd en gerigtelijk aangestelde momber, nadat haar den inhoud van dien voorgeleesen was, eijgenhandig geteekent. Sulx verklare bij deesen
    L.A. Willinck, richter

    Getuijgen hiervan extract gegeven

    Staat en inventaris van den boedel van alle sodane gerede en ongerede goederen als Lubbert Eulink met wijlen desselfs huijsvrouw Anneken Eulink in leven hebben beseeten, en bij haar stervende is nagelaten, met alle in- en uijtschulden den boedel eenigsints rakende, alles ter goeder trouwe en na beste cond- en wetenschap doen opstellen, met deese expresse reserven, dat bij aldien in het inventariseeren deeses boedels iets te onregt te veel of te weijnig mogte zijn opgegeven, dat bij nader informatie ten allen tijde te sullen vermeerderen, verminderen of veranderen so en als sal bevonden worden te behooren.

    Dus overgaande tot de inventarisatie.

    Wel eerstelijk ongereede goederen:

    Een stuk land bij Besselink, het Remmelinkblek genaamt, groot twee mudde gesaeij, zijnde leenroerig aan de leenkamer van den Huijse Dieren en staande ehe aangekogt van de weduwe van Jan Coops, voor de somma van 650-0-0 vrij geld.

    Een stuk land uijt Kleijn Jebbink, den Bongertshof genaamt, groot een mudde gesaeij, zijnde allodiaal.

    1/3 van 4/5 portien van de caterstede den Pas genaamt, bestaande in huijs, hof, bouw- en weijdelanden onder Hengelo op het Gooij geleegen.

    Een caterstede den Heijderhof genaamt, bestaande in huijs en hof, samen groot vijf schepels gesaeij, onder Hengelo op het Gooij geleegen. Verpagt aan Evert Broenenbarg voor de somma van 25 guldens jaarlijks.

    Een stuk land groot 1½ schepels gesaeij mede den Heijderhof genaamt, en bij het voorgaande parceel gelegen.

    Dan nog een stuk land groot 1½ schepels gesaeij, mede bij het voorgaande geleegen, en ook den Heijderhof genaemt.

    Gerede goederen:

    En wel eerstelijk levendige have

    Hier omtrent staat te remarqueeren dat de hele bouwerije door den inventarisant en wijlen desselfs huijsvrouw aan zijn zoon Garrit verkogt is. Gelijk mede zijn portie aan de overige halve bouwerije aan denselven mede verkogt is voor de somma van 200 guldens vrij geld

    De schulden in den boedel tot laste van den kooper.

    Zijnde omtrent het overige vierde portie geaccordeert, dat Garrit Eulink deselve sal hebben en blijven behouden mits betaelende alle de schulden van den boedel, en aan de erfgenamen uijtkeeren vrij geld 220 gulden welke, met de bovengemelte 200 gulden in ses portien verdeelt zijnde, komt ieder voor zijn hoofd de somma van 70 gulden.


    * 'Caterstede Heijderhof', Steenderenseweg 5
    ** 'Erve Eulink', Steenderenseweg 2



    ECAL

    Toegangsnummer        : 3021
    Inventarisnummer      : 0903-0183/5

    Op den 13 julij 1791 des voor de middag
    Coram L.A. Willinck, richter
    Gerigtsluijden Willem Luijkink en Garrit Jan Praasterink

    Compareerde Antonij Waarle op Honnekink en Derk Hummelink, voorts Jan Huijsink en Harmanis Vos op den Bisschop in haare qualiteit, de twee eersten als oomen en bloedmomberen, de beijde laasten als gerigtelijk aangestelde momberen over de vier minderjarige kinderen van wijlen Garrit Eulink en Elisabet Hummelink, indertijd echtelieden, en verklaarden, dat ten opsigte van de bouwerij op het erve Eulink, met Anneken Eulink, oudste dogter van wijlen opgemelte Garrit Eulink en Elisabet Hummelink, en haaren aanstaanden eheman Jan Mentink hadden ingegaan het hierna te meldene accoort, namentlijk, dat genoemde Anneken Eulink en haaren aanstaanden eheman Jan Mentink voor deese bouwerije, bestaande in levendige have en vhee, wagen, ploeg en verder bouwgereetschap, gesaaij in en op het land, mest en mestregt, inboedel des huijses en al wat verder daar eenigsints onder kan begrepen worden, niets daarvan uijtgesondert, sullen betaalen eene somma van negen hondert vijf en seventig gulden, segge f 975-0 -0 , soo als zij comparanten dat aan deselve voor gelijke somma verkogt hebben, gelijk geschied bij en kragt deeses, dat zij aanstaande echtelieden, hierbij nog ten haaren voordeele zullen inbeuren de inkoomende boedelschulden, zig bedragende 13 gulden 9 stuivers uijtmakende met bovengemelte 975 gulden eene somma van f 988-9-0, waarvan in de eerste plaats moet worden gedecorteert de uijtgaande boedelschulden op den inventaris gespecificeert ter somma van 350 gulden welke deese aanstaande ehelieden ten haaren lasten neemen.Dus het suijvere montant hiervan blijft eene somma van 638 gulden 9 stuiver welke in vier egale portien moet worden verdeelt, zodat de drie minderjarigen hiervan ieder voor haar hooft competeeren eene somma van 139 gulden 12 stuiver 4 penningen, welke door haar aan deselven moet worden uijtgekeert wanneer haare mondige jaaren bereikt hebben.

    Zijnde wijders geconvenieert, dat de ongerede goederen, zig in deesen boedel bevindende, bestaande in een stuk bouwland groot een mudde gesaaij, onder den richterampte Hengelo op Holterkamp gelegen. Een stuk bouwland groot 1½ schepels gesaaij mede onder Hengelo in den Gooijschen Enk gelegen, tusschen de vier kinderen onverdeelt en in gemeenschap zal blijven tot deselven alle haare mondige jaaren hebben bereikt, en wijders dat deese drie minderjarige kinderen, bij haar in huijs zullen blijven inwoonen, uijt de huijshoudinge zonder eenige ontgeltenisse worden gealimenteert, ordentelijk van klederen voorsien, tot zo lange zij in staat zijn, om iets te kunnen verdienen, wanneer aan haar op een redelijke wijse loon zal moeten worden gegeven, of de momberen vrijstaan deselve op een ander te kunnen verhuuren, in welken cas aan haar ook jaarlijks zal moeten worden uijtgekeert de revenuen van hetgeen een ieder van hun, uijt haar ouderlijken boedel is competerende.

    Waarop dan mede erscheenen zijn Anneken Eulink en haaren aanstaanden eheman Jan Mentink geadsisteert met denselven als na rechten, en verklaarden de koop van de bouwerije met de conditien daaraan geaccrocheert in voegen als voorschreven te accepteeren, daarbij aannemende en belovende de lastige boedelschulden voor haar rekening te neemen en te betalen, vervolgens aan haare onmondige broeder en susters te zullen uijtkeeren hetgeen een ieder van haar voor zijn portie daaraan is competerende, zig oversulks daartoe verbindende als na rechten, met belofte om ten allen tijde op requisitie der momberen hiervoor nader en sufficienter cautie te zullen stellen, versoekende hiervan prothocollatie, en hebben de comparanten hierop gestipuleert ten fine en effecte rechtens.

    ---------------------

    ECAL
    Toegangsnummer        : 3021
    Inventarisnummer      : 0908-0185/9

    8-1-1791 

    Staat en inventaris van alle zodane gerede en ongerede goederen als Gerrit Eulink en Elisabet Hummelink, in der tijd echtelieden, tesamen hebben beseten en bij de laastgemelde stervende is nagelaten. Door Jan Huijsink en Harmanus Bisschop, in qualiteit als gerigtelijke aangestelde momberen over de vier minderjarige kinderen van gemelte echtelieden, doen formeeren, alles na haar beste wetenschap en ter goeder trouwe.1791 ECAL 3021 908 185 cc kopie
    Op dato ondergeschreven is met volkomen toestemming van de ouderen des bruijdegoms en met approbatie van de momberen des bruijds, voorts ter overstaan van de aanwesende vrinden en daartoe versogte dedingsluijden opgerigt, gededingt en gesloten een vast en onverbrekelijk huwelijk tusschen Jan Mentink, eersamen jonkman, bruijdegom ter eenre, en Anneken Eulink, eersamen jonge dogter, bruijd ter anderen zijden, en sulx op volgende conditien en huwelijksche voorwaarden:
    Dat dit huwelijk na land- en kerkenorder als gebruijkelijk ten eersten zal gesolemniseert worden, niet van den anderen als door de tijdelijke dood te scheijden, bewijsende malkanderen oprechte liefde en trouw.
    Twedens, dat komstige egtgenoten tot stuur en onderstand van dit huwelijk zullen aan- en medebrengen, alle zodane goederen als van weerskanten zijn besittende, of die door erfenis, zuijnigheijd of andersints mogten komen te acquireren.
    Dardens, dat de landrechtelijke gemeenschap van goederen, samenwoninge en onverhoopt verlos in dit huwelijk in allen deelen plaats hebben en standgrijpen zal.
    Vierdens is tusschen komstige egtgenoten geconvenieert, in val dit huwelijksbedde gescheurt word zonder kind of kinderen uijt hetselve verwekt zijnde nalatende en den bruijdegom voor de bruijd komende te starven, zal de bruijd voor een morgengave uijt desselfs gereetste effecten kunnen profiteeren eene somma van twee hondert en vijftig gulden; en wanneer in het cas voorschreven de bruijd voor haare bruijdegom komende te overlijden, zal den bruijdegom voor een morgengave uijt haare goederen trekken eene somma van twee hondert vijf en twintig gulden.
    Eijndelijk houden bruijdegom en bruijd zig wel expresselijk gereserveert de magt om zig ten allen tijde nader te begiftigen of betugtigen, welke van zo veel kragt en waarde zal zijn of woordelijk in deesen stond uijtgedrukt.
    Tot nakominge van het gunt voorschreven verbinden bruijdegom en bruijd, ten wedersijden haare persoonen en goederen ter submissie en judicature als na rechten.

    In oirconde van waarheijd is deese door bruijdegom en bruijd neffens aanwesende vrinden en daartoe versogte dedingsluijden eijgenhandig ondertekent.
    Actum Hengelo den 8 julij 1791.
    [w.g.]
    Jan Menten [K] bruijdegom
    Anneken Eulink bruijd
    Gaerret Mentenk vader van den bruijdegom
    Dit  + mark is van Lubbert Eulink bestevader van de bruijd eijgenhandig getekent
    Jan Hummelijnk oom van de bruijd
    Antonijus Waarle
    Derck Hummelink
    Jan Jansen
    Harmanus Vos

    Op den 8 januarij 1791 voordemiddags om elf uur
    Coram L.A. Willinck, richter
    Gerigtsluijden A. Kopijn en Garrit Jan Praesterink

    Naar voorgaande citatie zijn gecompareert Antonij Waarle op Honnekink en Derk Hummelink [der bruijds], voorts Jan Huijsink en Harmanis Vos op den Bisschop welke door desen gerichte zijn aangestelt tot momberen over de vier minderjarige kinderen van wijlen Garrit Eulink en Elisabet Hummelink, in der tijd echtelieden, met namen Anneken, oud in haar 17e jaar, Jan, oud 14 jaar, Reijnd Jan, oud 11 jaar en Willemken, oud in haar 9e jaar om het opsigt over deselven persoonen en het bewind en administratie over haare goederen te hebben.
    Welke daarop in judicis zijn erschenen en hebben deese hare momberschap aangenomen en daarbij aanbelooft het welsijn van haare pupillen na behooren te behartigen, zig oversulx daartoe verbindende als na rechten.

    [w.g.]
    L.A. Willinck, richter
    Gerigtsluijden Alexander Kopijn
    Garrit Jan Praasterink

    [Omslag]
    Momberstellinge over de minderjarige kinderen van Garrit Eulink en Elisabet Hummelink in der tijd echtelieden, de dato 8 januarij 1791
    Met het magescheijd en huwelijksche voorwaarden van den 13 julij 1791 tusschen Jan Mentink en Anneken Eulink


     1856 04 08 Opregte Haarlemsche Courant1856-4-8 Opregte Haarlemsche Courant.  


    1911 zc
    1911-12-13 Bron Graafschapbode. 

     

    1925 gb
    1925-11-20 Bron Graafschapbode. 


Laatst aangepast op zaterdag 04 januari 2025 08:15