(transcriptie door Sikke Postma)
ECAL
Toegangsnummer : 3021
Inventarisnummer : 0894-0122-124
D.W.Becking
Op den 18 april 1807 des avonds om 7 uur.
Coram L.A. Willinck, richter
Gerigtsluiden: Gerrit Langeler en Jan Onstenk
Compareerde Willem Hoegen, weduwnaar van wijlen Janna Jansen, en bekenden uijt een suijverere genegentheijd en ter gemoetkoming aan de diensten en oppassing die zijn zoon Lammert Hoegen zedert verscheijden jaaren aan hem gedaan heeft, aan denselven in vrijen eijgendom te cedeeren en over te geven alle zijne gerede goederen bestaande in inboedel des huijses, levendige have en vhee, gesaaij in en op het land, mest en mestregt, voorts al wat eenigsints onder het gerede kan of mag gerekend worden, voorts mede zijn eijgendommelijke huijs, hof met het daarbij gehorende bouwland den Eulinkhof genaamt onder desen ambte, boerschap Gooij op den Klaterbrink gelegen, daar mede een stukjen bouwland in den Gooijschen Enk agter Honnekinkkamp gelegen, groot ¾ schepels gesaaij, om alle dese goederen als zijn eijgendommelijke goederen te hebben en te behouden, daarmede te doen en handelen als men met eijgendommelijke goederen kan en vermag te doen, gevende ten opzigte van het gerede de sleutels van kosten en kasten in judicio over, zullende ten aanzien van het ongerede hiervan nader transport aan den Hogen Landdrostengerigte gedaan worden, alles met en onder deze conditie dat genoemden zijnen zoon Lammert Hoegen zal verpligt en gehouden zijn, om hem comparant gedurende zijn leven daarvoor te onderhouden en te verplegen en de nodige kost, drank, huijsvestinge en kledinge en een jaarlijkschen sakstuijver van vijf gulden.
En wanneer het gebeurde dat den comparant met desen zijnen zoon of bij vooroverlijden met desselfs huijsvrouw, alsdan weduwe zijnde, niet konde leven of zig verstaan, zal het hem vrijstaan daar uijt te gaan, zijn bedde, kledereren en lijfs-toebehoren mede te nemen, en in dat geval aan hem moet worden uijtgekeert eene somma van drie hondert gulden, dog welk geval geen plaats zal kunnen of mogen hebben, tenzij wettige redenen hiervoor kunnen worden bijgebragt.
Hierop mede erschenen Lammert Hoegen, verklarende de overgifte van zijn vader in dank te accepteeren, aannemende en belovende zijn vader daar voor t[e] zullen onderhouden, en verplegen, van al het nodige voorzien dat tot deszelfs onderhoud verstrekken moet, denzelven met liefde en genegentheijd behandelen, na zijn dood een ordentelijke begravenis aandoen, zig oversulx daartoe verbonden als na rechten.
Eindelijk zijn nog gecompareerd Reijndjen Hoegen, huijsvrouw van Jan Hietkamp, Anneken Hoegen huijsvrouw van Jan Mulder en Willemken Hoegen huijsvrouw van Toon Jansen, zij vrouwens geadsisteert met haare respective ehemans als na rechten, en verklaarden genoegen te nemen met het contract van alimentatie door hunlieder vader Willem Hoegen met haren broeder Lammert Hoegen ingegaan, hetzelve te approbeeren bij deesen, met wijdere verklaringe, dat ten opzigte van haar moeders versterf voldaan zijn, en uijt dier hoofde op desen boedel niets meer te pretendeeren hebben, alles ten fine en effecte als na rechten, hebben de comparanten alle hier op gestipuleert.
[w.g.]
L.A.Willinck, richter
Gerigtsluiden G. Langeler
J. Onstenk
Hiervan extract gegeven en de originele huwelijks voorwaarden mede uijtgereijkt.
[Omslag]
Acte van Willem Hoegen, waarbij zijn goederen ten fine van alimentatie aan zijn zoon Lammert Hoegen heeft overgegeven.
A.D. den 18 april 1807
1828 Uitsnede van de successieaangifte van Lammert Hoegen.
"Dat het actief der nalatenschap van den overledenen heeft bestaan in 1: Een daghuurdersplaatsjen het Eulink genaamd bestaande in een huis en erve met eenig hof en bouwland te zamen groot ongeveer een en negentig roeden aaneen gelegen op de Klaterbrink onder Hengelo na behoorlijk onderzoek in verkoopwaarde ten dage van het overlijden geschat op drie honderd veertig gulden f:340,00"

1847 Successieaangifte van Wilhelmus Waanders. Bron Gelders Archief.
'Het actief in/ De onverdeelde halfscheid van een daghuurdersplaatsjen op den Klaterbrink onder Hengelo gelegen bestaand in een huis, erf en tuin met onderhorige bouw- en heijdegronden staande op den kadastralen legger dier gemeente bekend in sectie F nommers 155, 189, 190, 191, 331, 795 en 326, sectie H nommers 329 en 330 en, sectie C nommer 507 en volgens hetzelve in het geheel groot 1 bunder 51 roeden en 40 ellen en door ons gewaardeerd op eene somma van f350,00/ de onverdeelde helft van de inboedel des huizes en verdere roerende goederen op 100,00/ de kleederen en verder lijfstoebehooren des overledenen op 20,00/ Bedragende het actief te zamen 470,00/ en het passief'
1984 Bron Reclame.
1986 Bron Reclame.