Overzicht van de Burgemeesters in Zelhem.

Het Zelhems (gemeente)bestuur

Marken
Het landdrostambt van het Zutphenskwartier waaronder Zelhem viel, bestond uit elf Marken, te weten de Hengelose Mark, Dunsborger-Hattemer Mark, de Ruurlose Mark, de Zelhemse-Hattemer Mark, de Halse Mark, de Hallerdijkse Mark, de Obbink of Essink Mark, de Mark van Ambt Doetinchem, de Mark van Hummelo, de Mark van Steenderen en de Mark van Baak

Deze Marken werden geleid door de Markenrichter en vertegenwoordigers en/of grondeigenaren in de desbetreffende Mark, de geërfden. Eenmaal per jaar kwamen deze in vergadering bijeen en werden de lopende zaken besproken en boetes uitgedeeld voor overtredingen van de Markewet. De laatste Markerichter van Zelhem, Geradus Becking werd bijgestaan door zijn plaats vervanger Barend Hesselink.

De komst van de Fransen in 1795 zorgde ook voor een omwenteling in bestuurlijk opzicht, vanaf toen vormde een raad van burgers het bestuur. Deze raad werd in 1798 vervangen door een gekozen gemeente bestuur.

Het eerste Zelhems gemeente bestuur bestond uit:
Hendrik Hesselink
Harmen Becking
Jan Martijn Praestink
Wessel Grutterink
Barend Hesselink als secretaris, later in het jaar opgevolgd door Hendrik Frederik Cremer uit Doetinchem.

Het gemeente bestuur had niet veel invloed en werd in 1802 opgeheven, waarna onder leiding van Hendrik Cremer er weer een richterambt kwam. Het richterambt Zelhem word met de Franse inlijving op 21-10-1811 verandert in Mairie Zelhem met als hoofd van de Maire Herman Becking, zoon van de oud Markerichter Geradus Becking. In deze functie wordt hij bijgestaan door 2 adjoints (= soort wethouder) koopman Laurens Hesselink en Gart Grutterink (logementhouder van het Witte Paard).
Aan het einde van de Franse tijd op 25-12-1813 veranderen alle titels, Maire, wordt burgemeester en adjoints heten nu assessoren.

De raad van Zelhem bestond uit c.a. 20 personen met vertegenwoordigers uit elk dorp of buurtschap. Op 1-1-1818 wordt het gemeentebestuur omgevormd tot het schoutambt Zelhem en komt te vallen onder hoofdschout ambt Doetinchem.
De voormalige burgemeester Herman Becking word door de koning tot schout en secretaris benoemd, met als 2 assesoren Laurens Hesselink en Derk Beulink.
De gemeenteraad wordt teruggebracht van de 20 leden naar: de schout en 2 assessoren en 2 gewone leden, t.w. Wessel Grutterink koopman en oud advocaat en Jhr. Mr. Evert Jan Wentholt.

In 1825 wordt het aantal provinciale districten teruggebracht van 17 naar 6 en de naamgeving verandert. De hoofdschout in Doetinchem heet voortaan districtscommissaris en de Zelhemse schout Herman Becking mag zich weer burgemeester noemen, net als zijn plaatsvervanger Laurens Hesselink als 2e man tot zijn dood op 8-9-1842 de titel wethouder krijgt.

De gemeentewet van 1851 maakt een eind aan deze oude voorkeurstemming en kiezen de stemgerechtigde ingezetenen de raadsleden.

3burgemeesters

De drie laatste  burgemeesters van de voormalige Gemeente Zelhem 
bij de intrekkersdag van museum Smedekinck op 28 oktober 2006

Foto van Geoman Fotografie

 

Met de samenvoeging van de gemeente Zelhem in 2005 in de gemeente Bronckhorst is met burgemeester H.J. van der Wende een eind gekomen aan het zelfstandige gemeentebestuur van Zelhem en zijn burgemeesters. De eerste burgemeester van de nieuwe samengestelde gemeente Bronckhorst was Henk Aalderink†.