Krommedijk 6

Krommedijk 6, Leemkuil - Overige Vermeldingen en Bijlagen

  • Vermelding in het Boerderij- en Veldnamenboek Hengelo

     


    Veldnamenboek 12A2Bron Veldnamenboek, kaart 12A2. 


     

  • Mens en land in de Middeleeuwen (1200-1488) (door B.H. Slicher van Bath) Lemkulen 1453 (RLB. 164)
  • Leenaktenboeken van het Vorstendom Gelre en Graafschap Zutphen (vanaf 1326)

    Register op de Leenen van het Huis Bergh (dus niet van het Vorstendom Gelre en Graafschap Zutphen zoals in dit kopje vermeld staat):


    Het gaat hier om boerderij Lenselink en Leemkuil. 

    't Guet to Lenzeling to Hengelo: Primo die rechte hofstede, gelegen an den Huyscampe. Item den Huyscamp, is 9 maldersaets. Item die Gozegairde, is 18 maldersaets. Item die Esterlekamp, is 3 maldersaets. Item Lenzelingslach in den Ongeveerde. Item des Smedes mait, 6 maldersaets. Item in der Estelt an der Lair 4 maldersaets. Item die waren in der marck. Nota: Hier hoirde oick to: Cleyne Lenzelingmateken, gelegen tusschen Meyeringmait ende den Huyscampe. Ende dat is Stevene gheëygent; dair hevet hè weder voir int selve leen gelacht siin eygen erve ende heit Bruggestroyt, cum attinentiis, to Steven van Kervenhem, 1417 October.

    Item dairtoe mit den Lemkulen, ende voirt Nyslagenlant, dat dair angeslagen, angekofft off anders van der marcken ankomen mach wesen. Gerit van Kervenhem, na doode van zijn vader Steven. Zijn vrouw, dochter van Lubbert van Harwen, krijgt, indien zij kinderloos blijft, 1000 rijnsche guldens uit dit leen, 1453 Juli 3.

    Idem vernieuwt den eed, (1466).

    Steven van Kervenhem Geritsz., na doode van zijn vader, en na uitstel, 1491 Juli 31.

    Jutte van Kervenhem, na doode van haar vader Henrick, die het leen geërfd had van zijn broeder Steven, doch niet beleend was geweest. Zweder van Beverfoirde is hulder, 1530 April 20.

    Jutte van Kervenhem, weduwe Van Munster, stelt als nieuwen hulder: Joist van Kervenhem, bastaard, en draagt het leen op ten behoeve van haar zoon Johan van Munster, 1562 Februari 25.

    Johan van Munster vernieuwt den eed, 1570 April 3.

    Henrick van Munster, na doode van zijn moeder Jutta van Kervenheim, als oudste zoon, 1580 Februari 12.

    N.B. Het leen heet nu: het huis Lhemkhuill en het goed Lenselingk.

    De onmondige kinderen van Henrick van Munster krijgen uitstel, 1585 December 30.

    Vit Christoffel van Munster, na doode van zijn vader Hendrick, 1610 April 6.

    Aernt Reyger, namens zijn vrouw Anna vonn Langenn, hun zoon Christoffel, hun dochters Mechtelt en Anna, en Maria Koelen met haar man Christoffel van Munster, doen als erfgenamen van Johan von Munster, door hun gemachtigde Hendrick Ritmar vonn Dannenbroeck afstand van hun aanspraken ten behoeve van Vitt Cristoffell von Munster, 1610 Juni 11.

    Vijt Christoflel van Munster lijftocht zijn vrouw Engell van Keppel, 1615 November 18.

    Jacob Ripper d a, heer tho Farmissum, namens zijn vrouw Anna Catharina van Munster, krijgt ratificatie van zijn huwelijkscontract d.d. 1617, waarbij Vijt Christoffel aan zijn eenige dochter de successie in dit leen geeft, als zijn vrouw mocht hertrouwen, 1621 October 15.

    Vijt Christoffel van Munster, kinderloos, geeft aan zijn natuurlijken zoon Engelbert van Munster een rente van 70 gld. uit dit leen, 1636 December 30.

    Vijtt Christoffel van Munster krijgt consent, dat na zijn dood het leen ten behoeve van de kinderen van zijn zuster Wilhelmina en haar man Mathijs Gysseler aan een adellijk persoon verkocht zal worden, 1647 October 1.

    Idem krijgt ratificatie van zijn testament, 1653 Maart 1.

    Hendrick Bertram van Pallandt, erfmaarschalk van het land van Cleve, heer tot Schaeborgh en Oedendael, mede namens zijn moeder Ida Margaretha van den Budlenbergh gênant Schirp, en zijn broeders en zusters, na doode en volgens testament van jonker Vijt Christophel van Munster tot de Leemcuil. Otto van Wachtendorp is hulder, 1666 Juni 11.

    Elbert Anthoni, vrijheer van Pallandt, heer tot Voirst. na opdracht door Hendrick Bartram, vrijheer van Pallandt. Dr. Johan Goris is bulder, 1670 November 2.

    Margaretha van Pallant, douairière De Ripperda, na opdracht door Elbert Anthoni van Pallant. Gerhard Noel is hulder, 1676 Mei 4.

    Wilhelm Hendrick Carl van Ripperda, heer tot Venhuysen, na afstand door zijn moeder Margaretha van Pallandt, douairière tot de Leemcuyl. Hendrick ther Maethe is hulder, 1688 Mei 22.

    Mauritz Carel Georg Wilhelm van Eipperda, heer tot Vorden, Verwolden en Leemcuyle, na doode van zijn vader. Aron Éxalto d'Almaraz, richter te Hengelo, is hulder, 1717 October 4.

    Anna Maria Dorothea van Linterlo, douairière van Maurits Carel Georgh Willem van Ripperda, heer van Vorden en Leemkuil, na doode van haar man. Johan Bolandt, stadhouder van het graafschap Bergh en richter van de stad 's Heerenberg, is hulder, 1752 Januari 31.

    Sophia Amilia Maria van Gent, vrouwe van Heesbeen, Bistervelt en Zeiler, erfgename van M.C.G.W. van Ripperda. Lambertus Weeninck is hulder, 1752 April 13.

    Eadem krijgt verlof om te disponeeren, 1752 April 14.

    Frederick Borghart Lodewijk vrijheer van Westerholt, heer tot Hackfort, na doode van freule Sophia A. M. van Gent vnd. Mr. Joannes Nepomucenus Hoevel is hulder, 1764 October 13.

    Carll Casemier vrijheer van Wittenhorst-Sonsfeld, majoor in Pruisischen dienst, na doode van Sophia Amalia van Gent. Mr. Q.M. Verhuel is hulder, 1767 Juni 26.

    Idem krijgt verlof om te disponeeren, 1767 Juli 13.

    Maria Margaretha baronesse Torck, douairière van Rudolph Bernard Volkier graaf van Rechteren, heer van de Velner, ingevolge testament van S.A.M. baronesse van Gent. Mr. Bernard Gutberleth Plegher is hulder, 1768 Juni 4.

    Friedrich Wilhelm vrijheer van Wittenhorst-Sonsfeld, heer van Aspel en Halderen, August Ludwich Christoff vrijheer van Wittenhorst-Sonsfeld, luitenant in Pruisischen dienst, Johan Georghe Philip vrijheer van Wittenhorst-Sonsfeld, luitenant a. v., Maria Henrietta Eleonora gravin van Burghausen, Sophia Charlotta Elisabeth gravin van Burghausen, vrouw van Jochem Christoph van der Marwitz, Eva Amalia Louwisa gravin van Burghausen, vrouw van Juliaan Friedrich van Bock, Wilhelmina Charlotta Dorothea vrijin van Wittenhorst-Sonsfeld, vrouw van Johan Jacob von Collas, heer van Dommelkum, als erfgenamen van Carl Casimir van Wittenhorst-Sonsfeld. Mr. Q. M. Verhuell, burgemeester van Doetinchem, is hulder, 1769 Juli 22.

    Carll Herman des H.R. graaf van Wylich en Lottum, oversteluitenant en commandant van het Pruisische regiment Seidliz, als erfgenaam van Carl Casimir van Wittenhorst-Sonsfeld. Mr.
    W.H. Klinkenberg van Echten, advocaat voor den Hove van Gelderland, is hulder, 1769 October 7.

    F. W. baron van der Borch, heer van Verwolde, namens zijn vrouw S.J. gravin van Rechteren, na doode van haar moeder Maria Margaretha Torck. Anthoni de Both is hulder, 1771 Maart 6.

    lidem laten hun testament d.d. 1777 Maart 11 goedkeuren, 1777 April 16.

    Willem van Salingen als hulder, na doode van F.W. baron van der Borch, heer van Verwoolde, 1782 October 3.

    Idem q.q. vernieuwt den eed, 1783 September 25.

    A.P.R.C. baron van der Borch, heer van Verwolde, vernieuwt namens zijn moeder, S.J. gravin van Rechteren, den eed, 1788 April 21.

    A.P.R.C. baron van der Borch, heer van Verwolde, na doode van zijn moeder S. J. van Rechteren, 1790 Juni 5.

    Alard Philip Reinier Carel baron van der Borch, heer van Verwolde, Vorden en Leemkuyl, laat zijn huwelijks-voorwaarden d.d. 1790 Maart 5/20 met Philippina Johanna Helena Gerharda baronesse Sloot tot Twe-Nyenhuysen goedkeuren, 1790 Juni 16.

    Maurits Carel Johan baron van Westerholt, na opdracht door A.P.R.C. vrijheer van der Borch en P.J.H.G. baronesse Sloet, heer en vrouwe van Verwolde en Vorden. Frank Hoegen is hulder, 1793 Augustus 12.

    J.E.C. baron van der Heyden, heer van Baak, na opdracht door M.C.J. baron van Westerholt. Frank Hoegen is hulder, 1793 Augustus 12.


     

  • Verpondingsregisters in 't Rigterambt Hengelo (tussen 1576-1656)

     



    1576: (Leemkuil wordt hier nog niet vermeld, wel 'De Koije i g:', omgeving Riefel)   
    1629: '18-0-0 Lem cuijle 18 18- Vacat 23-15 Vacat: Die Leemkuijle 3-0-'
    1650: 'Die Leemkuyle, Vijth Christoffer van Munster (eigenaar), Derck (bouwman) 217-2-6'
    1656: 'De Havesate Leemcuijl, Huijs en Hoff 7-10-0'  en  'De Bouwerije van de Leemcuijl 36-3-12'


     

  • Weerbare mannen 1784 Leemkuijl 1 (man)1 Lammert 1 (zoon) Jan Waarnink (knecht)
  • Inv. lijst Sint Antonia Grote Broederschap (1451-1934)



    '665 Koopcondities en kwitanties voor de Sint Anthonis Grote Broederschap wegens de aankoop van een weiland bij de Lokreyse naast de Refeler slagen en van de Lokreyse van de Leemkuil, 1731-1732. 2 stukken.'

  • Hengelose Markenboeken (1612-1881)


    ‘1705 Op het anbrengen van den Schaeter als dat door d’Heer van d’Leemcuijl, Burg. Renssen en consorten voorts Fredrik Derk Landeren en consorten bij hare respective goederen een merkelijk van de Gemeente is worden angegraven sijn d’Heeren Markenrigteren versogt om neffens d’Hren. Van der Heijden en Cremer het voors. afgegraven in ogenschijn te nemen en daar van ter naester vergaderinge rapport te doen.’

    ‘1706 d’Heer Cremer als Gecommitteerde om het afgegraven van de Heeren van Leemkuijl en Renssen als mede van Fredrik van Landeren in ogenscheijn te nemen heeft daar van gerapporteert dat het gegravene van d’Heer van d’Leemkuijl binnen d’allee en tusschen den camp van d’Leemkuijl [en op desselfs vreegrond] was geschiet en niet anders con oordelen of d’Heer van de Leemkuijl is daar toe beregtigt en dat van d’Hr. Rensen van een seer kleijn belang was waarom [het] d’Heren Erfgenamen het daar bij hebben laten berusten.’


     

    Haardstedengeld 1761: 
    'Leem Cuijl f 00-10-00'


  • Bijlagen



    Uit  Schatten uit het historisch verleden van Hengelo
    (Gld)  
    door Marian Kruijt-Greevink

    Huwelijksaanzoek met een zakdoek

    ECAL 3021 - 862

    Hengelo, den 26. Meij 1722

    Jan te Refel is voor de rechtbank verschenen en meldde hoe hij met veel bevreemding vernomen had dat ene Henrick Gerritsen, wonend aan de Leemcuijle, het in zijn hoofd had gezet om met zijn dochter Aeltjen te trouwen. Dat hij haar daartoe twee rijksdaalders in een zakdoek heeft opgedrongen. Ondertussen had Aeltjen spijt gekregen en Jan te Refel verklaarde dat hij haar nooit en te nimmer toestemming zou geven om met genoemde Henrick Gerritsen te trouwen. Hij bedankte Henrick en verzocht de gerechtsbode om de twee rijksdaalders met de zakdoek aan Henrick terug te geven, met de waarschuwing 'in val die selve wederom an sijn dogter mogt worden gebragt, dat hij die selve an anderen menschen sal horen uijt te tellen' (een voor ons onduidelijk dreigement …)

    Willem Gielink, geauthoriseerd gerechtsbode, heeft de zakdoek met de twee rijksdaalders aan Henrick Gerritsen gebracht en hij heeft die aangenomen.

    ------------------

    Testament in gedeeltelijke barensnood

    ECAL 3021 - 867

    Hengelo, den 18. Maart 1732

    Vrouwen hebben in de 18e eeuw niet veel te vertellen. Ze worden voor de rechtbank altijd aangestuurd door hun man, vader of broer. Soms ook door een ander familielid of een buitenstaander die dan als voogd/momber wordt beëdigd. Als de te bespreken kwestie, zoals in dit geval een testament, tussen man en vrouw speelt, ontslaat de man zijn vrouw eerst uit haar voogdijschap en met zijn toestemming wordt bijv. haar broer gekozen die als voogd namens zijn zuster optreedt. Aeltjen Jansen ligt 'voor een gedeelte in barensnoot' blijkbaar schiet de bevalling niet op en is ze bang dat ze zal komen te sterven.

    'Compareerde Harmen Willemsen op die Leemcuijle ter eenre, Aeltjen Jansen sijne huijsvrouw, zij voor een gedeelte in barensnoot te bedde liggende, eghter hebbende haar gesont verstand, kennisse en uijtspraak, ter andere zijde, nadat al voren hij Harmen Willems sijne ehevrouw van sijne mombairschap ontslagen en zij met sijne wille en consent wederom tot mombair verkoren 403 haar broer Jan Stricken'. Harmen en Aeltjen lieten weten, 'de sekerheijt des doods en onsekere uijre van dien', dat zij een clausule aan hun huwelijkse voorwaarden, die op 18 mei 1731 waren vastgelegd, wilden toevoegen. Deze voorwaarden 'luijden van woorde tot woorde als volgt: laastelijk is nog geconditioneert 404 dat het komstige eheluijden sal vrijstaan malkanderen off de een den anderen verder te begiftigen 405 en ook te betugtigen 406, net zo vaak als zij dit aan elkaar wensen te doen, hetzij in gesontheijt off krankheijt en sal also vast en bundigh gehouden worden als off het van woort tot woort in dese geannoteert stonde'. Zo verklaarde Harmen Willemsen, ingeval hij zonder erfgenamen uit dit huwelijk vóór zijn vrouw zou overlijden, 'sijne vrouwe boven die houwelixe voorwaarden in alle sijne gerede en ongerede 407 goederen koompt te betugtigen harer levenstijd'. Zij verklaarde, met toestemming van haar assistent (voogd) 'in val (zij) voor haar man, sonder kinderen bij haar geteelt, deser werelt koompt te overlijden, dat alle gerede en ongerede goederen koompt na te laten, sal sijn en blijven erffelijk voor haar eheman voorschreven'. Behalve Aeltjes kist met linnen en wollen kleren, die zullen direct na haar overlijden worden overgedragen aan haar broers en zusters. 'Sulx een ijders onbedwongens vrije wille en begeerte is
    S.A.L. hier op zij eheluijden en assistent gestipuleert'.

    403 gekozen
    404 overeengekomen
    405 schenken
    406 iemand van inkomsten voorzien
    407 roerende en onroerende goederen

    -----

    Houtkap Ripperda versus Wilmsen

    ECAL 3021 - 871

    Hengelo, den 8. Februarij 1736

    Soms zijn gerechtelijke verhandelingen bijzonder langdradig en dat blijkt hieronder. Er wordt aan één stuk verhaald wat de akte inhoudt, het verhaal kabbelt voort, weliswaar met leestekens als een komma, maar verder is het één lang relaas. Dat maakt het lezen van de tekst lastig en we zijn geneigd om halverwege af te haken. Toch is dit een leuke akte waarin duidelijk wordt dat de heer M.C.G.W. Ripperda, heer van Verwolde, Vorden en Leemcuijl enz. enz. enz., een belangrijk heerschap dus, het aan de stok heeft met zijn pachter, Herman Wilmsen of Harmen Vrendenborg (het gebeurde vaak dat mensen werden aangesproken met verschillende namen), boer op zijn havezathe de Leemcuile of Eskesgoed genaamd. De pachter had clandestien bomen en ander hout gekapt en dat is in die tijd een serieuze aangelegenheid. De advocaat van de heer Ripperda, de heer H.H. van Lamzweerde, neemt de officiële zaken waar, en eiste genoegdoening voor  al het hout en graan dat Wilmsen in de afgelopen tijd van het goed heeft ontvreemd en weggebracht. Zolang dit niet is gebeurd worden alle goederen van Wilmsen 'secuur bewaert'.

    Verschenen is 'den HoogWelgeboren Heer Maurits Carel Georgh Wilhelm Ripperda, Heere van Verwolde, Vorden en Leemcuijl enz. enz. enz', in deze akte de heer comparant genaamd, 'en heeft volmagtig gemaekt den advocaet Herman Henrik van Lamzweerde secretaris der stad Doesborgh, om alle (zijn) saken in en buijten den Gerigte te verwalten en waer te nemen, ende tot den uijteijnde en volkomen voldoeninge te prosequeren en (vooral) mede om van des heer comparants tegenswoordigen bouwman van de havesaethe en landerien van de Leemcuile, ook wel genaemt Eskes Goet, Herman Wilmsen off Harmen Vrendenborg door middelen regtens, voor sijn Hoog Welgeborene te eischen voldoeninge wegens des landheers garve van het land agter de meule in den Goijschen Enk, (die) hij als pagter heeft gebouwt, als mede wegens het wederregtelijk houwen en  bloten van het essen en elsenhoud op de voorseide gepagte landerien gewassen, gelijk ook aentoninge, dat hij naer inhoud der pagtcedulle voor het behoorlijk genot van het elsenhoud alle jaeren veertigh heisters op de gepagte landerien heeft gepoot, ende aen het wassen gelevert. Omdat Herman Wilmsen had nagelaten deze bomen te planten en te laten groeien, eiste 'den heer comparant vergoedinge van schade en interesse', en dat gold ook voor alle verdere acties en aanspraken die nog tegen Harmen Wilmsen boven water komen. De heer comparant zal al het nodige laten doen wat noodzakelijk is om zijn recht te halen, vooral ook omdat hij 'al twe malen desen Herman Wilmsen gerigtelijk heeft laten interdiceren van geene goederen van sijn gepagte landen te vervoeren ofte eenigh houd te houwen off te bloten voor en aleer sijn Hoog Welgeborene ten volle sal zijn gecontenteert'.

    ------

    De kerkstoel van de baron

    ECAL 3021 - 872

    Hengelo, den 31. Maart 1738

    Ook bij deze akte kun je een glimlach niet onderdrukken… Het gaat over de zitplaats in de kerk van Hengelo. De HoogWelgeboren heer Maurits Carel Georg Wilhelm, baron van Ripperda, Heer van Verwolde, Vorden en Leemcuijl heeft bemerkt dat de vrouw van Harmen Willemsen Vrendenborg op den Elferinkcamp, al enige tijd de zitplaats in beslag neemt die bestemd is voor de havesathe de Leemcuil. Na overleg met de rechter van het ambt Hengelo, wordt Harmen gerechtelijk aangezegd dat hij deze zitplaats 'sal hebben ledig te laeten ende sigh te wagten deselve door sijn vrouw, hem selfs offte iemandt van sijnent wegen, te laeten besitten off gebruijken, maer die plaetse ten dienste van hem, Heer van de Leemcuil, open te laeten'. Als mocht blijken dat hij toch gebruik blijft maken van deze stoel, dan zal de baron ervoor zorgen dat de stoel wordt verwijderd. De onderrechter heeft dit besluit genoteerd en een kopie hiervan aan Harmen Willemsen overhandigd.

    ---------------------

    Onvriendelijke ontmoeting met een vreemdeling

    ECAL 3021 - 890

    Hengelo, den 6. Maart 1794, des agtermiddags

    Dit is het verhaal van Bernardus Tillers, 28 jaar oud die op zondag 2 maart 1794 om zeven uur 's avonds naar huis liep nadat hij een bezoek had gebracht aan Aalbert Berentsen onder Hengelo, in het Broek. Hij had bij Aalbert thuis afgesproken om een lapje doek te halen die een wever daar voor hem had achtergelaten. Bernardus had dat bij de wever besteld en dat kostte hem aan weefloon 26 stuivers. Dat geld had hij afgegeven aan Aalbert. Toen hij over de dijk van de Leemkuijl richting Holterveld liep,  zag hij 'een manspersoon over dien selven dijk van het Holterveld af, regt op zig aan heeft zien komen, dat het huijs van de Leemkuijl een kleijn eijndjen voorbij zijnde zig malkanderen ontmoet zijn, dien vreemden persoon hem aansprak en vragende waar of na toe wilde. Hij comparant daar op antwoorde: "Na huijs toe", hem verder gevraagt zijnde waar of zijn huijs waar, was het antwoort: "Kort bij den Keijenborg, weet je die wel".  Denselven daar op weder antwoordende: "Den Keijenborg weet ik wel", vragende verder aan den comparant of hij hem de weg na Baak toe wijsen wilde, het geen met ja beantwoord zijnde, was de vraag daar weer op hoe ver af nog van Baak was, en het antwoord: "Dat is er na waar of je in Baak moet weesen, is het voor in Baak, dan kun je in een half uur daar zijn, en moet je verder zijn kan het nog wel een goed uur aanlopen, Baak is groot". Bernardus kreeg geen antwoord, maar merkte wel dat hij ergens mee gestoken werd en hij zei: "Wat zoek je te doen" en hij sloeg hem meteen met sijn stok en raakte hem ook zonder dat hij weet hoe of waar die slag aangekomen is, omdat het reets donker was'. Bernardus is daarna weggerend, 'den dijk eerst regt uijtgelopen tot aan de weg die na Leemkuijl zijn kamp gaat, het hekken aan de kamp ingegaan, op de kamp een weijnig stil gestaan en geluijstert of hem ook iemands naquam of iets hoorde, dog van dit een en ander niets vernemende, is hij de kamp dwars overgelopen en aan het huijs van Berend Onstenk op de Loman, zeer ontsteld aankomende'. Hij heeft verder van die persoon niets meer vernomen. Tot slot geeft hij de volgende beschrijving van de aanvaller: 'Een manspersoon ordentelijk van lengte, knap ter been en gang zo hem toescheen, niet heel oud te zijn, aan hebbende een donkerblauwe rok zonder dat hij kan zeggen welke couleur van camisool, broek of kousen, zonder hoed op zijn hoofd, swart kroeshaar en swart van gesigt, vreemd van spraak evenzo als de Hannoverschen die in het voorjaar hier gepasseert zijn'. 



    1911 slopen schuur I 137
    1911 Sloop schuur. Bron ECAL. 


    Schermafbeelding 2026 02 25 213501Bouwvergunningen. Bron ECAL. 


     

Pagina 2 van 6