Winkelsweg 10
Winkelsweg 10, Lenderink - Akten, Verhalen en Gebeurtenissen
-
Akten, verhalen en gebeurtenissen
(transcriptie door Sikke Postma)
ECAL
Nummer toegang :3021
Inventarisnummer : 642Op den 8 januarij 1698
Coram d’heer Johan van Munster, stadholder
Gerigtsluiden Derk van Loenen en Abraham JegerinkErschenen Jellis Warnink, bekennende voor seekere somma van penn[ingen] hem comp[aran]t wel en te dank voldaan, in eenen steden en vasten erfkoop aan Derxken ter Veel, wed[uw]e Warninks, verkoft te hebben sijn eijgendom, aandeelen, ende recht aan de goederen Lenderink op ’t Goij, en Warnink in Varsele, doch te samen in ’t carspel Hengelo gelegen. Ende heeft volgens dien comp[aran]t zijn eijgendom, aandeelen, ende recht aan de voorschr[even] goederen Lenderink op ’t Goij, tusschen de goederen Winkel en Beijerink gelegen, ende aan Warnink in Varseler, tusschen Buink ende Groot-Joikink gelegen, gecedeerd ende opgedragen, cedeerd en draagt op mits desen, aan g[e]m[e]lte Derxken ter Veel, wed[uw]e Warnink en haare erven, ende heeft comp[aran]t daarvan vertegen ten erffeliken behoeve van Derxken ter Veel voorschr[even], belovende deselve daarin te wachten ende te waaren als erfkoopsrecht is, onder verband van sijn persoon ende goederen. S.A.L.
[in de marge:]
50 penn[ing] bet[aald] met 6-6-0
gereg[istreerd]
(uit 'Schatten uit het Historisch Verleden van Hengelo', door Marian Kruijt Boekenlijst )Een moord en gearresteerde zaadgewassen
ECAL 3021 - 861
Hengelo, den 8. Augustus 1713
Het lijkt misschien raar dat men in de 18 eeuw niet alleen personen arresteren kon, maar ook zaadgewassen, roerend en onroerend goed en zelfs een lijk… Maar goed beschouwd is dat eigenlijk niet eens zo raar, want vaak ging het om een moeizaam geschil of een boete die slecht geïnd kon worden en om uit die patstelling te komen nam men toevlucht tot dit soort maatregelen.
In 27 januari 1713 waren Henrick Lenderink en Henrick te Winckel veroordeeld voor doodslag op Daniël Coninck en tot het betalen van een boete. De daders hebben de veroordeling niet afgewacht en zijn er vandoor gegaan ‘absente ende fugitive 24 personen’. Dr. Bernard Pleger, ‘advocaet fiscael’ van het Adellijke Hoge Landdrosten Gerigt van de Graeffschap Zutphen heeft arrest gedaan op de ‘gerede en ongerede’ 25 goederen van beide veroordeelden, maar vooral ook op ‘denselven saet gewassen nevens ende vrugten soo staende ende wassende 26 sijn op de goederen Lenderink en Winckel beijde onder den Rigterampt van Hengelo gelegen’.
Op 29 juni 1713 kwam een bericht van de landschrijver, namens de fisci 27 aan de rechter van Hengelo dat de gearresteerde zaadgewassen ‘ten dienste van de gemeijne saeck ende tot stuijr der justitie 28 op haere bequame tijden’ geoogst en verkocht moesten worden. Men had niet de beschikking over opslagruimte en zelfs dan zou dat onverstandig zijn omdat het ‘door ongedierte soude beschaediget worden’. Het geld uit de verkoop diende om de boete te betalen en de crediteuren genoegdoening te geven. Dr. Bernard Pleger ging hiermee akkoord ‘soo verclaert den advocaet fiscael sulx mede te kunnen lijden’.
24 gevluchte
25 roerende en onroerende goederen
26 groeien
27 schatkist
28 ter ondersteuning van justitie
(transcriptie door Sikke Postma)ECAL
Toegangsnummer : 3011
Inventarisnummer : 0001-71822
Den 13 decembr.
Rep.No. 7Voor Lodewijk August Ghijm openbaar notaris van het kanton Vorden, residerende te Hengelo, in het kwartier Zutphen, in de provincie Gelderland en in tegenwoordigheid van nagenoemde en mede ondergeteekende getuigen compareerden:
Gerrit Peters oud vijf en dertig jaren molenaar woonachtig op Lenderink in de gemeente Hengelo voornoemd, meerderjarige zoon van de ehelieden Evert Peters en Willemina Tuender beide te Bronckhorst overleden, handelende en makende de bedingen ten dezen op eigen naam ter eenre, en
Hendrika Rietveld oud drie en twintig jaren van beroep boerenwerk doende, wonende mede op Lenderink gemeente Hengelo voornoemd, meerderjarige dochter van wijlen Toon Bretvelt alhier te Hengelo overleden, en van deszelfs nagelatene nog levende weduwe Aaltjen Eggink eigenwerk doende en woonachtig in het dorp Hengelo, handelende in tegenwoordigheid en met toestemming van gezegde haare moeder die ten dien einde alhier mede is gecompareerd ter andere zijde.
Dewelke hebben gemaakt en vastgesteld de bedingen en voorwaarden van het tusschen hunlieden voorgenomen huwelijk op de volgende wijze:
Art. 1
Er zal tusschen de voornoemde aanstaande echtgenooten eene algemeene gemeenschap plaats hebben, van alle hunne roerende en onroerende, tegenwoordige en toekomstige goederen, zonder eenige uitzondering noch voorbehouding, gevende mits dien de gemelde aanstaande echtgenooten hunne toestemming tot het ameublissement van alle de onroerende goederen, welke zij thans als huwelijksgoed aanbrengen, benevens alle die geenen, welke gedurende de voorzeide gemeenschap aan een ieder van hun bij erfvolgingen, giften, legaten of anderzints zou mogen aankomen ofte beurt vallenArt. 2
De aanstaande echtgenooten zullen niet aansprakelijk zijn de één voor des anderens schulden en hypotheeken voor de voltrekking van het huwelijk gemaakt, en indien er zodanige zijn, zullen zij betaalt worden door dien geene die dezelve gemaakt zal hebben en uit de goederen, denselven persoonlijk toebehorende, zonder dat de andere echtgenoot, noch deszelfs goederen daarover zal kunnen worden aangesproken.
[In de marge:] Het hierneven staaande tweede artikel vervalt en de doorhaling van dat geheele artikel bestaande uit zestig woorden wordt geapprobeerdArt. 3
De goederen welke door den bruidegom ten huwelijk worden aangebracht, bestaan in zijne persoonlijk toebehorende en zelfs in gebruik hebbende meubelen en inboedel met de voortvaring en het levendige have en vhee gewaardeerd alles te zamen, op een som van acht honderd guldens en nog aan contanten gelden de som van zeshonderd guldens, bedragende zich dus alles te zamen eene somma van veertien honderd gulden waarvan hij aan de bruid heeft doen blijken, dewelke verklaard heeft alles wel te kennen en naauwkeurig onderzocht te hebben en daarover voldaan te zijn.Art. 4
En de goederen welke door de bruid ten huwelijk worden aangebracht bestaan in:1e het een vierde gedeelte van een nog onverdeeld door haar moeder bewoond wordende huis en hof nummer zeven en vijftig binnen het dorp Hengelo, hetwelk haar toebehoort als het vaderlijk versterf, doch zijnde van dit huis en hof welk nog tusschen haar bruid, en de moeder en de broeder van de bruid, in gemeenschap bezeeten word, nog geene verdeeling gemaakt, wordende echter dit vierde deel van de bruid, door de parthijen in de minne gewaardeert op twee honderd vijftig guldens.
2e En in een bove- en onderbed met zijn verder toebehoor, een kabinet en alle haare kleederen, linnen en overig lijfstoebehoor te zamen begroot op een som van driehonderd guldens, alzoo bedraagt zich deeze geheele aanbrengst de somma van vijfhonderd en vijftig guldens, het welk ook den bruidegom verklaard alles wel te kennen en daarin genoegen te neemen.
Art. 5
De langstlevende der aanstaande echtgenooten zal hebben en naar zich neemen, onder den titel van vooruitgenieting en voor de verdeeling van de goederen der gemeenschap de klederen, linnen en verder lijfstoebehoor tot zijn of haar gebruik behorende, en zodanige andere goederen tot de voorschreven gemeenschap behoorende, als dezelve gepast zal oordeelen ten bedragen en tot het beloop van eene som van een honderd vijf en twintig guldens, volgens de begroting bij den inventaris, of de voormelde som van honderd vijf en twintig gulden in gereed geld en zulks ter keuze van den langstlevende.Art. 6
Niet tegenstaande de uitgestrektheid der gemeenschap, bij het eerste artikel bepaald, zal de aanstaande echtgenoot Gerrit Peters gehouden zijn, door geregelde inventarissen of andere authentieke acten, te doen blijken van de roerende goederen, en welke tot roerend goed betrekkelijk zijn, die gedurende het huwelijk aan de bruid zoude mogen opkomen, op straffe van vergoeding van alle verliezen, kosten, schaden en interessen aan de bruid en de haren.Art. 7
Bruidegom en bruid elkander een bewijs willende geven, van hunne wederkeerige genegenheid doen bij deeze tegenwoordige acte de eerststervende aan den langstlevende over en weder eene gelijke en onherroepelijke gifte onder de levenden, welke zijlieden wederkeerig hebben aangenomen, in vollen eigendom van al hetgeen bevonden zal worden, aan de eerststervende ten dage van zijn of hare overlijden toe te behoren, en dat zoo als gemeld, van alle goederen zoo roerende als onroerende, zonder eenige uitzondering noch voorbehouding.
En in geval op hetzelve overlijden van een der aanstaande echtgenoten, kinderen uit dit huwelijk verwekt, mogte aanwezig zijn, zal de gifte dewelke de aanstaande echtgenooten bij dezen zijn doende over en weder, zoo ruim zich uitstrekken en zoo ver de wetten dan bestaande maar eenigzints zullen toelaten, hetzij in eigendom, hetzij in vruchtgebruik of in vruchtgebruik en eigendom tevens, en zulks ter keuze en na goedvinden van den langstlevende, terwijl het de wil en de bedoeling van de aanstaande echtgenoten is dat deze gifte zoo ruim en uitgestrekt als iets mogelijk zij, en dat dezelve derhalven geene andere vermindering nog bepaling onderga dan alleen die der wet.Op deeze wijze is alles overeengekomen en bepaald tusschen de parthijen, dewelke om des noods deze ter executie te leggen, domicilie verkiezen ten huize van den bruidegom voornoemd.
Waarvan acte.
Gedaan en gepasseert te Hengelo ten kantore van den voornoemden notaris in tegenwoordigheid van Arend Hessselink landbouwer en Albert Onstenk winkelier beide wonende te Hengelo, getuigen ten dezen expresselijk verzocht op heden den dertienden december achttien honderd twee en twintig.
En heeft den comparant Gerrit Peters en de voornoemde getuigen nadat de comparante Hendrika Bretvelt en Aaltjen Eggink verklaard hadden van het schrijven niet te verstaan en ook niet te kunnen ondertekenen, met mij notaris voormeld, na gedaane voorlezing ondertekend deze minute, dewelke gebleven is in het bezit en de bewaring van voornoemden notaris.[w.g.]
Gerrit Peters A.Hesselink A.onstenk Ghijm/notarisGeregistreerd te Zutphen op 14 december 1822
1832 Bron Arnhemsche Courant.
1832 Uitsneden veilingrapport uit het Archief Notaris Gallée. Bron ECAL.
1877-5-2 Bron Arnhemsche Courant.

1877-6-4 Bron Arnhemsche Courant.
\
1909 Uitsnede uit de overdrachtsakte van Tjoonk aan Maalderink. Bron ECAL.