Riefelerdijk 3, Looman - Akten, Verhalen en Gebeurtenissen

  • Akten, verhalen en gebeurtenissen:

     

     

     ‘12-01-1713 Henric Loman en vrouw aan Herman op de Leemkuijl en Tonnis Hammink als mombers van Jan Loman’s kinderen. Opdracht: van 1/6 part van een plaatsje de Keur genaamd.’

    ‘10-06-1720: Gerrit Janssen Loman c.s. aan Berend Roordink en Hendersken Mentink echtelieden. Opdracht: van de Keur.’

    ‘10-06-1720: Berend Roordink en huisvrouw aan Teunis Tenck. Verband: van bovengenoemde Keur voor F 800,-.’

    ‘03-01-1724: Derck van Barck en zijn huisvrouw aan Herman Willems en Anna Eskes. Opdracht: van 2/5 parten aan de Caetestede de Keur en 2/5 parten van een schepel gesaeij in de Zelhemse Enk.’

    '06-04-1724: Berend Roerdink en zijn huisvrouw aan Henric Degener en erven. Opdracht: van 3/5 parten van de Keur en 3/5 parten van 1 mlr. gesaeij in de Zelhemse Enk.’

    ‘12-07-1740: Gerrit Harmsen en huisvrouw Berendjen Eggink aan Claes Reindsen en Willemina Harmens echtelieden en erven. Opdracht: van 1/6 van Lomansplaetsjen.’

    ‘03-05-1742: Hendr. Kempers en huisvrouw Geesken Harmens aan Klaes Reints en Willemken Harmens echtelieden. Opdracht: van 1/6 part aan Lomans Plaetsjen.’

    '4-11-1747: Hendrik Jansen en Elsken Harmens echtelieden aan Claas Reijnts en zijn vrouw Willemina Harmsen. Opdracht: van 1/3 van de Caterstede de Keur of Lomansplaats.

    ‘17-11-1758: Claas Reijnts, bouwman op de Leemkuil, en zijn zonen Harmen en Reijnt wegens de begane manslag aan Berent Gerritsen.

    Arrest en Toeslag: door de Fiscaal verzocht op de onroerende goederen op het Goed Lomansplaats, de Caterstede Banninkslag en tevens het Lange Stukje op de Goijschen Enk gelegen. Het Lange Stuk mede onder het Goij en Miscellanea gebracht.Wat door de halfscheid van deze percelen aan de vrouw van Claas Reijnts toekomt is voor de fiscus van dit arrest ontslagen op 07-12-1758 en 08-02-1759. Op 12-07-1760 cessie van actie voor F 754-2-0 voor de betaalde kosten aan Jan Hendr. Brass voldaan. Geroyeerd op 17-09-1799.’

    ‘02-12-1758: Willemina Harmsen huisvrouw van Claas Reijnts wegens de door haar man gepretendeerde manslag aan Berent Gerritsen. Verband: van de halfscheid van de plaats Banninkslag en Lomansplaats onder deze buurschap en het Lange Stukje op de Goijsche Enk gestelt voor en tot securiteit van de door de fiscus in annotatie genomen roerende goederen. Mede onder het Goij en Miscellanea gebracht. Geroyeerd op 05-07-1760.’

    ‘04-06-1762: Harmina Harmsen huisvrouw van de absenten Claas Reijnds van de Leemkuil aan de Heer Johan Hendrik Bras voor F 888,-. Verband: van de helft van de Plaats Banninkslag en Lomansplaats en de helft van het Lange Stukje op het Goij. Mede onder het Goij en Miscellanea gebracht. Gecedeerd op 07-11-1765 aan Berend Lenderink en zijn vrouw Anneken Reijnds.’


     

    (transcriptie door Sikke Postma)

    ECAL
    Toegangsnummer            : 3021
    Inventarisnummer           : 861 [182/6]

    Op den 9den januari 1713
    Coram Adam Exalto d’Almaras, rigter
    Coernooten Peter Heckers en Henrick Berentsen

    Erschenen Henrick Loman en desselfs ehevouw Willemken Reijndtsen, zij geassisteert met haer eheman voorschreven als regtens, en bekende wegens uijtgelegte en getelde gelde deugdelick schuldig schuldig te sijn, voor haer en haeren erven an die heer oudt rigter Adam Cremer en erven eene summa van van 150 gulden segge een hondert  vijfftig Caroli gulden, welcke voorschreven summa ’s jaerlicx en alle jaeren sal moeten worden verinteresset tegens 6 procento, edog waneer die op den verschijnsdag, soo wesen sal heden over een jaer en soo vervollich[ens] tot de afflossche toe (die aen wederzijden sal kunnen geschijden waneer die ¼  jaer, voor den verschijnsdag worde gedenuncieert) een maendt onvervanckelick wordt betaelt sal rentgever met 5 procento kunnen volstaen,  voor welcke capitael en te verlopene interesse, als om te doene costen, verbinden comparanten rentgever haere personen, hebbende en toekompstige goederen ter parate en reële executie voor alle heeren, hoven, rigteren en gerighte in specie den weledelen van Gelderlandt met renuntiatie van alle en een ijder exceptie dese contenrarierende, en belovende koeperen rentgever verder tot securiteijt en op gesinnen van den heer rentheffer hier voor te doen reële onderpandt. S.A.L. hebben hier op gestipuleert als regtens.

    NB: an Jordan debet                      f:   50-0-0
    Interesse 3¼  jaers                       f:     8-6-0
    An die rigter A.E.d’Almaras             f:   79-9-0
    Geldt an het gelan[dt]?                  f:   12-5-0
    Waer uijt dese 100 volldaen            f: 150-0-0

    [bovenstaande acte is doorgehaald en in de marge vervangen door:]
    Op versoek van Hammink als mombaer, omdat dese summe betaelt, geroijeert

    Op den 9den januari 1713
    Coram A. E. d’Almaras, rigter
    gerigtsluijden Tunnis Cosstede en Henrick Pijper

    Erschenen Henrick Loman, en Willemken Reijndsen eheluijden, zij Willemken geassisteert met haeren voorschreven eheman als regtens, en becanden voor haer en haeren erven in eenen vansten steden erfkoop vercoft te hebben gelijck zij comparanten doen bij deesen an die mombaeren Harman op de Leemkuijl, en Thunnus Hamminck, ten behoeve van die vijf onmundige kinderen, met name Eevert, Garrit, Trijntjen, Jantjen, en Anneken Lomans bij wijlen Jan Loman en Fenneken Henricksen zaliger ehelick naegelaeten, hare compranten geregte één seste part van het plaasjen de Keur genaamt, bestaende in huijs, berg, hof, zaleweer, bouw- en wijdelant met dessels ackkermaals boschjen, niets van allen uijtgesondert, soo en als het bij wijlen compeeranten comparant Henderik Loman sijn voorschreven ouders […] is angecoft en nagelaeten, waervan die die coperen off gemelten vijff onmundige kinderen het 5/6 part sijn toebehoorende, kennelick alhier binnen Hengelo, op het Beckvelt, en Gooijschen, off Zelhemschen Enck gelegen, zijnde vrij, alodiael grondt, sonder uijtganck oft beswaer als alleen den heer sijn penninge, en dat voor een summa van drij hondert drijendertig Caroli gulden ses stuijver, segge 333-6-0 vrij gelt, welcks coopspenninge comparanten vercoperen bekanden haer op heden door die mombaers verrekent en betaelt te sijn. Edog is expresselick bedongen en voor beholden, in vall comparanten vercoperen wederom bij gelde mogte koomen sal het haer vrij staan voor sooveel als de kinderen nog onmundig mogte zijn (en verder niet) dat zij het gemelde verkogt een sestepart voor die gelike koopspenninge ad 333 gulden 6 stuijver neffens die kosten van 50ste penninge, opdragt etc., wederom kunnen an sig bekoomen soo en als sig sulx op heden hebben verkogt, dit S.A.L., en hebben comparanten hier op gestipuleert als regtens.


    Op den 10den januari 1713
    Coram A. E. d’Almaras, rigter

    En hebben die mombaeren Harmen op Leemcuyle en Tunnis Hamminck bekant voor die vijff onmundige van Lomans kinderen […] den […] obligatie ten voordeel van den in minderinge van soodaene heer oud rigter Cremer en tot laste van Henrick [Loman] op den geldersen […] dese prothocolle en wettelicke …… 
    [bovenstaande acte is doorgehaald]


    Op den 10den januari 1713
    Coram Aaron Exalto d’Almaras, rigter

    En hebben die mombaers Harmen op die Leemcuijle en Tunnis Hamminck bekant voor die vijff onmundige van Lomans kinderen op als[…] obligatie ten voordeel van de heer Adam Cremer schuldig te sijn, in minderinge van Henrick Loman, die summa van 91 gulden 14 stuijver, die tot het weerom geven sullen verinteressen als bij die […] obligatie is uijtgedruckt en hebben comparanten q.q. daer op gestipuleert als regtens 

    [bovenstaande acte is doorgehaald en in de marge vervangen door:]
    ten versoeke van Henrick in qualiteijt als mombaer dese geroijeert om dat sulx is betaalt 

    Eodem versogte Henrick Loman, dat die bouwluijden op Waerninck moge worden gesumeert om binnen den tijt van agt dagen hem te betaelen het geen aen hem schuldig is, voorts quijtantie te tonen van die landtheer van wegens die pagt alwaer comparant borge voor is geworden, off sunst en sal sig weten te gedraegen soo en als ’t behoort.

    Retulit Thonis Cosstede ten fine als versogt hier van mondelick de insinuatie gedaen [heeft] 

    Eodem. Henrick Loman versogte wanneer Willem Luijckinck alhier tot Hengelo mogte komen, dat hem gerigtelick mogte worden opgesegt, oft gerevoceert[1] niet langer borge te  wesen voor den bouwman op Waerninck als die drij eerste pagt jaeren.

    Retulit Tunnis Cosstede hier van die opsaege, oft revocatie[2] mondelinck op den 10den deses maends januari in presentie van die rigter an Willem Luijkinck gedaen heeft.

    __________________________ 

    [1] Revoceren: herroepen, intrekken
    [2] Revocatie: herroeping, intrekking 


     


    1884 mvs Teunis van der Horst1884 Uitsnede uit de successieaangifte van Teunis van der Horst. Bron Gelders Archief. 

    '(...) verklaren dat hun vader Teunis van der Horst gewoond hebbende te Hengelo en aldaar overleden den 29 December 1884 heeft nagelaten de helft in a. Hengelo sectie G no. 466 en 467, sectie H no. 7, 8, 9, 89 tot en met 94, 102, 103, 104, 112 tot en met 118, 1095, 1096 en 1097 huis, erf, bouw-, weiland en heide 12 bunder 71 roede 60 el f8000,=/ b. contanten f60,= (...)'


     

    Aaltense Courant 30 05 1916 brand
    1916-5-30 Aaltense Courant. 


     

     

     

Laatst aangepast op maandag 22 mei 2023 12:18