Overval op het gemeentehuis


Dit verhaal is reeds eerder verschenen op de website: www.oldhengel.nl
Door  W.J.M. Hermans,

Op 19 mei 1944 om ca. 13.10 uur bevond J.J. van der Peijl, ambtenaar ter secretarie, zich alleen op de secretarie van het gemeentehuis. Hij zag drie personen aan de overzijde van de straat staan, voor de schoenwinkel van de gebroeders Jansen. Eén had een rijwiel bij zich. Een vierde man, ook met rijwiel, voegde zich later bij hen. Van der Peijl kende ze niet. De twee zonder fiets liepen richting Vorden.

Plotseling kwam bij Van der Peijl de gedachte op, dat ze mogelijk kwamen om de enige arrestant, een zwarte handelaar uit Oostzaan, te bevrijden. De cellen voor de arrestanten bevonden zich aan de achterzijde van het gemeentehuis.

De ambtenaar liep terstond naar de aangrenzende politiekamer om dit te voorkomen.
Toen hij daar aankwam, hoorde hij een persoon tegen B.Grootbod, conciërge van het gemeentehuis, die juist de arrestant te eten gaf, het bevel geven: "Steek je poten omhoog of ik schiet je door je donder". In zijn mening versterkt liep Van der Peijl terug naar de secretarie en belde de Groepscommandant der Marechaussee Onderluitenant E.Sminia en vertelde wat er bij de cellen voorviel. Sminia, wonende aan de Kastanjelaan 9 (waar eerder de Joodse familie Löwenhardt leefde), kwam direct.

De overvallers hadden intussen van Grootbod de sleutels van de deur afgenomen. Eén van hen, een klein, gezet mannetje, was Van der Peijl gevolgd en onderbrak het telefoongesprek. Van der Peijl moest de handen omhoog steken, maar deze antwoordde met een kaakslag, zodat de overvaller over een bureau tuimelde. Direct daarna kwamen nog drie met pistolen bewapende personen de secretarie binnen. Ze eisten afgifte van de sleutel van de kluis. Van der Peijl weigerde aanvankelijk, maar de sleutel werd al snel in de linkerborstzak van zijn kantoorjas gevonden. Het openen van de kluis was daarop spoedig geschied. Twee personen gingen naar binnen om de distributiekastjes te openen. Ze probeerden met behulp van een steekbeitel en een hamer een van de houten kastjes, waarin de bonkaarten lagen, te forceren.
Drie personen hielden Van der Peijl in de gaten, twee anderen bewaakten Grootbod in de gang. In totaal waren er zeven overvallers binnen.

Intussen naderde Sminia het gemeentehuis, hetgeen de overvallers zagen. Zij riepen daarop "Politie". De twee mannen die in de kluis bezig waren verdwenen snel eruit. Van der Peijl werd in de kluis geduwd en deze werd afgesloten, met achterlating van de sleu­tel in de deur. Zij namen de vlucht en ontmoetten achter het gemeentehuis Sminia, waarop een vuurge­vecht ontstond. Sminia kwam tegenover een overmacht te staan en nam achterwaarts dekking zoekende de vlucht richting postkantoor, dat schuin tegenover het gemeentehuis lag. De overvallers zonden hem meerdere schoten na, een tiental kogels doorboorden de ruiten van het postkantoor. Ook Sminia liet zich niet onbetuigd, zodat een ruit in de erker van de burgemeesterskamer aan diggelen werd geschoten en enige kogels op het gemeentehuis afketsten. Dat hierbij geen doden of gewonden vielen leek een mirakel. Misschien waren de overvallers slechte schutters, dan wel schoten zij opzettelijk mis. In het postkantoor bevond zich een PTT-beambte. Sminia riep hem enige telefoonummers toe. De centrale in Hengelo was nog niet automatisch en Sminia was niet met de bediening op de hoogte. Hij kreeg, tussen het schieten door, verbinding met toestelnummer 268: veldwachter A.W. Bakker.

Na dit korte maar hevige vuurgevecht vluchtten de zeven aanvallers op rijwielen in de richting van het dorp. Ten gevolge van deze schiet­partij op klaarlichte dag was reeds veel publiek gealar­meerd, waaronder Opperwachtmeester Pahlplatz, wachtmeester Weideman en G.Morsink, ambtenaar der secretarie. De laatste twee gingen het gemeentehuis binnen. Daar hoorden zij geklop op de kluisdeur. Van achter deze deur riep iemand. Op de vraag wie zich daar bevond kregen zij als antwoord: "Ik, Van der Peijl, laat mij eruit." Na opening van de kluisdeur kwam daar inderdaad, met gescheurde kleren, Van der Peijl uit.
Uit zijn verhaal bleek al dat het de bedoeling was geweest de diverse distributiebescheiden zoals bonkaarten weg te halen. Bij onderzoek bleek dat er niets werd vermist.
Direct werden telefonisch de omliggende gemeenten en andere politieinstanties gealarmeerd. Alle wegen werden met behulp van Landwachters afgezet. Een uur later was een zware delegatie ter plaatse. Van de Sicherheitsdienst uit Arnhem kwamen de Duitser Kohremeyer en de Nederlander Van den Berg, uiteraard gereden door een chauffeur. Uit Doetinchem waren gekomen Opperluitenant Schouwink en Hoofdwachtmeester Willems en uit Zutphen Opperluitenant Meijdam.
Om 17.15 uur kwam uit Doesburg het bericht, dat aldaar door de Landwacht een persoon was aangehouden, die voldeed aan een der signalementen. Voor confrontatie moesten Sminia, Van der Peijl en een van de heren van de S.D. naar Doesburg. Daar bleek de arrestant niet tot de zeven overvallers te behoren. In Zelhem zou een fiets zijn geruild vanwege een lekke band.
Door de overvallers waren achtergelaten: drie koffers, een hamer en een donkere hoed met in de voering genaaid diverse papieren met adressen, namen, merken en nummers van auto's.
Desondanks is, voor zover bekend, nooit iemand opgepakt voor deze overval.
Voor het verhinderen van de overval werd Sminia gehuldigd. De Directeur-Generaal van Politie had gelast dat Sminia eervol vermeld werd in het Algemeen Politieblad en op 27 juli 1944 zou worden gehuldigd. Dit moest een ware propaganda-gebeurtenis worden.
Om 11.30 uur arriveerde Luitenant-Kolonel J.E. Feenstra, een berucht NSB-er. Hij was Commandant van de Marechaussee, gewest Arnhem. Hij had altijd een lijfwacht bij zich. Dapper was hij niet. Deze "menschenleverancier aan de S.D." was een van de eersten die op Dolle Dinsdag naar Duitsland vluchtte. Later keerde hij terug, om in het voorjaar van 1945 weer te vluchten. Na de oorlog werd hij gearresteerd en voor vele wandaden berecht. Tegen hem werd de doodstraf geëist en uitgevoerd.
Overste Feenstra hield bij de huldiging van Sminia een met nationaal-socialistische uitdrukkingen doorspekte toespraak. Van de propaganda-gebeurtenis die het moest worden kwam niets terecht. De meesten van de aangetreden manschappen moest hier niets van hebben. De Hengelose bevolking bleef weg, zij vonden het maar wat jammer dat de overval mislukt was ....
Sminia was in feite het Hoofd van de Politie in Hengelo. De Duitsers zorgden er wel voor dat soort functies bekleed werden door mensen die aan hun zijde stonden. Zo ook Sminia.
Na de oorlog werd hij berecht en geïnterneerd. Nadat hij twee jaar had vastgezeten moest hij in januari 1948 opnieuw voor een tribunaal verschijnen omdat nieuwe bezwarende feiten ontdekt waren.

Verklaring weduwe Jan Beemsterboer:
“Jan was ook betrokken bij de overval op het gemeentehuis (mei 1944). De overval werd gepleegd door de knokploeg Margriet uit Brabant.
Jan was betrokken bij de voorbereiding. Zo had hij de meest gunstige tijd voor de overval doorgegeven: tussen half 1 en 1 uur. Het ging mis, omdat de enige aanwezige in het gemeentehuis, Jan van der Peijl, dacht dat de mannen een gevangengenomen zwarthandelaar kwamen bevrijden. Hij waarschuwde toen direct Sminia. Mijn man ging er direct naar toe, er was veel consternatie. Er was een hoed gevonden met de namen van de daders, Jan haalde dit er snel uit en stopte er krantenpapier in.
Toen dit gebeurde stopte iemand een briefje onder de deur bij mij thuis: de kinderen en ik zouden worden opgehaald. Ik besloot ondanks het gevaar poolshoogte te nemen. Ik ging naar schoenmaker Jansen en vroeg hem mijn man op te halen. Dit durfde hij niet, waarop ik zei dat hij maar moest vragen dat jan moest komen kijken naar nieuwe schoenen voor de kinderen. Toen Jan kwam werd hij boos, dat ik zoveel risico's nam.”

* stuk 12 Gemeentearchief Hengelo overval gemeentehuis 19-5-44
opperwachtmr.Pahlplatz en wachtmr.Weideman
rapport E. Sminia (was thuis Kastanjelaan)
13.10 telefonische melding vd Peijl. Sminia terstond naar gemeentehuis binnen 5 min. daar. Politiebewaking was 13.00 geëindigd. Gooide fiets tegen haag. Ik bevond mij aan achterzijde (voorzijde gesloten) wilde naar schuifdeur kwam om hoek van de burgemeesterskamer, ontmoette ik individu. waarop ik terstond schot loste bukte hij ook vuurwapen in aanslag in mijn richting
Ik: Handen omhoog, hij zei hetzelfde (Bijna lachwekkend)
Hij achteruitlopend schietend naar binnen, hij riep Politie politie. Ik zag binnen verschillende personen die op mij toekwamen met pistool in aanslag. de door mij achtervolgde botste daar tegenop. struikelde tevens over enige (3) meegebrachte koffers. Ik stond op schotvrije plaats achter deur, maar wist niet of er buiten gebouw mensen waren, later bleek iedereen binnen. Ik was alleen met slechts 8 patronen. Wilde toch aanval verijdelen. Ging naar postkantoor tegenover. Werd gevolgd door enige personen die op mij schoten. Niets geraakt. Bij postkantoor PTT-beambte. Ik schreeuwde: Een overval je moet helpen" aldaar vorderde ik van een ambtenaar die in een hoek was gekropen mij direct telefoonnummers omdat ik met toestel (centrale Hengelo was niet automatisch) niet op hoogte was. Ik riep enige telefoonrs. toe. Ik werd nog beschoten. kon met moeite naar tel. toestel. Kreeg verbinding met 268 Postcommandant Bakker. Toen deze met Weideman kwam bleken overvallers reeds gevlucht.
(Niet waar volgens Morsink: Morsink trof Weideman, zij gingen gem.huis binnen, vonden niets meer, hoorden alleen geklop: van de Peijl, niemand anders aangetroffen, geen Sminia, geen Bakker.)
Daders verdwenen per rijwiel. in Zelhem paar personen onder bedreiging rijwiel geruild (band was lek)in gem.huis gevonden 3 koffers, hoed (met papieren) en hamer 16.00 Sminia door SD gehoord. (heren Kohlmeyer en Van den Bergh)

Conciërge Grootbod had overvallers eerst gezien. Wilde pannetje eten terughalen van enige arrestant in cel. trad binnen opende luikje cel, achter zich 2 personen. Vroeg: Wat moeten jullie hier? Antwoord: Waar is de politie?
Grootbod: Dan moeten jullie niet hier zijn.
Toen loop van pistool op hem gericht.
Moest verbindingsdeur tussen gem.huis en politiebureau openen.
Overvallers in gemeentehuis lieten nog meer personen binnen, twee bewaakten conciërge.
Toen: "politie, politie" en schieten.
Grootbod vrijgelaten, maar bleef staan
Toen vd Peijl aangevallen: "Geef op die sleutel"
Na overval maatregelen genomen die binnendringen gemeentehuis via concierge onmogelijk maakten.

* stuk 13 huldiging E.Sminia
Eervolle vermelding E.Sminia, onder-luitenant, groepscomman­dant van de groep Marechaussee 27-07-1944, 11.30 uur
Directeur Generaal van Politie had gelast dat Sminia eervol in Algemeen Politieblad en voor front van troep zou worden vermeld.
Propaganda-gebeurtenis
11.30 arriveerde Luitenant-kolonel Feenstra, berucht NSB-er, had altijd lijfwacht bij zich.
Hield met nationaal-socialistische gedachten en uitdrukkingen doorspekte toespraak.
Meeste van aangetreden manschappen moesten niets van nat.soc. hebben.
(Overste Feenstra was niet dapper. Begin sept.44 een der eersten die uit Arnhem met vrouw vluchtte naar Dld. keerde later terug. Voorjaar 45 weer even snel gevlucht. Later gearresteerd en berecht.)
Bij huldiging geen publiek. Interesseerde zich niet omdat men het jammer vond dat overval was mislukt. Al met al geheel modderfiguur i.p.v. propaganda
art. over overste JE Feenstra. "Menschen-leverancier aan den SD" (Graafschapbode?)
Weerbaanleider W.A.; Commandant Marechaussee Gewest Arnhem
met lijst van personen die door hem zijn overgeleverd.
o.a. Gerard Simon Goede te Zelhem, dec.43
ook lugubere verklaring Simon Jacobs.
Feenstra is door Bijzonder Gerechtshof te Arnhem op 22-02-46 ter dood veroordeeld. 29-08-46 is het vonnis voltrokken.

Het Grote Gebod Verzetsboek :
De overval werd gepleegd door Knokploeg-De Margriet uit Brabant. De Knokploeg was eind 1943 geïnstalleerd om distributiebonnen te verkrijgen. Leider van de KP was Emiel (Willy) Andriessen. Instructies namens de Top LKP kregen ze van Dobbe, de vertegenwoordiger voor de regio Zuid. Het Zuiden had nog hieraan maar weinig bijgedragen en van Dobbe werden resultaten verwacht. Hij had al enkele toezeggingen gedaan, had al een enkele poging ondernomen, maar was nog niet geslaagd om zijn beloften na te komen. Daarom was met voldoening geconstateerd dat op 19 mei 1944 een kraak op het distributiekantoor te Hengelo (Gld) kon worden gepland. De overval die als een ‘zacht eitje’ werd beschouwd en waaraan, naast enkele medewerkers van de KP’s uit Nijmegen en Den Bosch, ook twee overgebleven leden van Lelox’ ploeg deelnamen om hun morele depressie, opgedaan na de jongste mislukkingen en tegenslagen , weer baas te worden, liep uit op een schietpartij met de plaatselijke politie, waardoor geen enkel resultaat kon worden geboekt.
Dobbe deed zelf niet mee aan de overval.
Andere leden van de KP- de Margriet waren
Johannes L. (Leo) van Heijningen – bij monteren van een mijn op 10-3-45 gedood
Theo vd Bogaard – 18-9-44 gesneuveld bij bevrijdingsgevechten te Eindhoven
Jacobus (Sjaak) Kruijssen, Christaan (Bart) Smits, Petrus (Piet) Swinkels, alle drie 14-8-44 gearresteerd bij wapentrasnport in Lieshout.
Petrus (Piet) vd Lee, tevens duikhoofd Nuland. Verdronken 8-9-44 bij achtervolging door Duitsers.
Emiel Andriessen werd 14-8-44 gearresteerd ten huize van Swinkels.

Erop of Eronder:
Plotseling, op 19 mei 1944, werd ons dorp in den namiddag omstreeks 1 uur opgeschrikt doordat een aantal personen een overval op het distributiekantoor alhier pleegde, dat geves­tigd was in het gemeentehuis.
Er waren 6 à 7 personen hierbij betrokken, die allen lid der ondergrondsche beweging waren. Deze hadden reeds 1½ uur te voren de zaak in de Raadhuisstraat (waaraan het gemeentehuis staat) bespioneerd en waren onopgemerkt tegen 1 uur, het tijdstip waarop de ambtenaren naar huis gingen om hun middageten te gebruiken, tot het gemeentehuis genaderd. Toen er slechts 1 ambtenaar aanwezig was, gingen 3 van hen, hoewel het raam aan de voorzijde van het gemeentehuis wagenwijd open stond wegens het prachtige zomerweer, desondanks achter het gebouw de deur, die toegang gaf tot de cellen, binnen, nadat ze de conciërge gedwongen hadden de binnendeur open te maken. (De conciërge was juist bezig het door de arrestanten (zwarte handelaren) gebruikte eetgerei terug te halen). Hiervan maakten de overvallers gebruik om binnen te komen.
Bij het gestommel, dat toen plaats vond achter in het gemeentehuis (politiebureau), meende de nog aanwezige ambtenaar, dat deze personen gekomen waren om de 2 "zwarte Pieten" uit hun cellen te bevrijden en kreeg nog juist de kans de politie op te bellen in de meening, dat de cellen waren losgebroken. Drie der overvallers begaven zich hierop direct naar de kluis op de secretarie en dwongen den aanwezigen ambtenaar met revolver de kluissleutel af te geven, wat eerst na veel moeite gelukte. Inmiddels was de politie, n.l. de groepscommandant der Marechaussee, Sminia, ten tooneele verschenen, juist op het moment dat de kluis geopend was. De in het gemeentehuis aanwezige wachtpost zag deze komen, waarop de heeren de wijk naar buiten namen. Rondom het gemeentehuis werd door den Groepscommandant en de overvallers herhaaldelijk geschoten, met het gevolg. dat de heer Sminia terug moest en op handen en voeten over de straat kroop om aan te landen op het aan de overzijde der straat staande postkantoor om de overige manschappen der politie te alarmeeren. De kogels vlogen hem toen links en rechts om de ooren, zoo zelfs, dat deze dwars door de ruiten van het postkantoor en dwars door het gebouw gingen. Ook de ruiten van het gemeentehuis vertoonden eenige kogelgaten. Tijdens dit vuurgevecht hadden de overvallers, die op fietsen waren, gelegenheid (één hunner zelfs met een lekke band) de wijk te nemen, zoodat bij aankomst van de versterkingen de "heeren" verdwenen waren. Een achtervolging leidde tot geen resultaat. Toen tegen 2 uur des namiddags de overige secretarie-ambtenaren weer verschenen, bleek de heer Van der Peijl in de kluis te zijn opgesloten, waarop deze dadelijk uit zijn benarde positie werd bevrijd.
Zoo mislukte deze overval, die kennelijk bedoeld was om bonkaarten voor ondergedoken personen te bemachtigen, jammerlijk door bovengenoemde omstandigheden.
Reeds dadelijk na het bekend worden van dezen overval in Doetinchem was bijna de geheele marechausseebrigade van daar in Hengelo aanwezig om een onderzoek in te stellen, later om plm. half vier gevolgd door ambtenaren van de S.D. Deze konden dan ook geen resultaat meer boeken en moesten onverrichterzake, na een aantal personen te hebben verhoord, weer afdruipen.

Dagboek D.J. Smeitink:
22 Mei 1944.
Er is heel wat gebeurd in Hengelo in één week. Op Vrijdag 19 Mei overval in Hengelo op het Distributiebureau. Zeven mannen met wapens, 's middags om half één, bijna niemand aanwezig. V.d. Peijl (distributie-ambtenaar) was er wel en trapte op het alarmsignaal (tot zijn spijt vertelde hij later). Toen kwam Sminia geloopen op het Gemeentehuis. Veel over en weer geschoten, maar naar men zegt, hebben ze niet wat mee kunnen nemen. De zeven mannen verdwenen in den Enk, richting Zelhem. 't Postkantoor zit vol kogelgaten in het glas. Daar is Sminia neergeschoten die wegvluchtte en op 't postkantoor wilde bellen om assistentie.


Artikel geplaatst door: H.M. Somsen, nov 2018